Porajmos

Introductie

De genocide op de Romeinse zigeuners is een vaak over het hoofd gezien onderdeel van de Holocaust. Al in de vooroorlogse jaren heeft het naziregime wetten uitgevaardigd die de vrijheid van zigeuners beperkten. Met de introductie van de nuremberger wetten in 1935 werden ze, samen met de Joden, bestempeld als sub-mens. Tijdens de periode tot de tweede wereldoorlog werden ze gedwongen te stoppen met rondreizen in Duitsland. Tijdens de tweede wereldoorlog werden veel zigeuners uit zowel Duitsland als bezette landen naar Auschwitz gestuurd. Naar schatting zijn tussen de 220.000 en 500.000 zigeuners overleden.

Pre-Nazi periode

De Romeinse zigeuners werden al vervolgd in de periode vóór de nazi’s. Gedurende de jaren van de republiek van Weimar kreeg de pseudowetenschap van sociaal Darwinisme meer en meer aanhangers. Deze wetenschap stelde dat je verschillende etnische groepen kon ‘rangschikken’. De zigeuners waren geplaatst in de klasse van inferieur ras. Bovendien leidde de industrialisatie tot moeilijkere leefomstandigheden voor de zigeuners, waardoor ze gedwongen werden tot illegale activiteiten om te overleven. De reden dat de industrialisatie een probleem was, was vanwege de afnemende waarde van vakmanschap, een belangrijke economische speler in de zigeuner-economie. Ten tweede leidde de industrialisatie tot een meer verstedelijkte omgeving, waardoor het moeilijker werd voor de zigeuners om zich vrij te bewegen van plaats tot plaats.

De Nazis aan de macht

Toen het Nazi regime aan de macht kwam verslechterde de condities voor de zigeuners. De nazi’s hebben wetten uitgevaardigd die de rechten en bewegingsvrijheid van zigeuners beperken. In 1934 besloten de nazi’s dat migreren door het land niet langer was toegestaan. In plaats daarvan moesten de zigeuners hun toevlucht nemen tot het leven in zogenaamde zigeunerkampen. Deze kampen bevonden zich buiten de verstedelijkte gebieden. In 1935 moest de Roma-minderheid de inwerkingtreding van de Neurenbergwetten doorstaan. Deze wetten stelden dat de zigeunermensen niet langer stemrecht hadden. Bovendien verloren ze het recht om te trouwen met mensen die niet zigeuner waren. Door deze maatregelen waren ze niet meer in staat deel uit te maken van de Duitse samenleving.

Dr. Robert Ritter

Een probleem voor de nazi’s was om te bepalen welke mensen zigeuner waren. In het geval van de Joden was eenvoudig vast te stellen wie joods was en wie niet. Dit vanwege de kerkregistratie. De zigeuners hadden echter niet zo’n registratie. Om de zigeunerpopulatie in kaart te brengen, richtten de nazi’s het centrum op voor onderzoek naar raciale hygiëne en demografische biologie. Dit centrum werd geleid door Dr. Robert Ritter. Zijn onderzoek richtte zich op het in kaart brengen van de antropologische details van de zigeunermensen en maakte een classificatie over hoe “goed” ze binnen een ras  waren. Bovendien bracht hij alle zigeunermensen in Duitsland in kaart. Dit maakte het mogelijk voor de nazi’s om alle zigeuners in de zigeunerkampen te centraliseren.

Concentratie kampen en gettos

Tijdens de jaren 1937-1939 werden de zigeuners langzaamaan gevangen gezet in de concentratiekampen in Duitsland. Na de invasie van Polen moesten de zigeuners die nog niet in de concentratiekampen gevangen zaten, naar Polen migreren. In deze regio werden de zigeuners samen met de Joden opgesloten in de getto’s. Veel van de zigeuners werden vergast in het Chelmno-vernietigingskamp. In 1942 gaf Himmler het Auschwitz-decreet uit. Dit vermeldde dat de zigeuners zouden worden vervoerd naar het zigeunerkamp in Auschwitz. Veel van de zigeuners werden bij aankomst vergast. De mensen die werden geselecteerd om te werken in de oorlogsindustrie overleefden slechts enkele maanden.

home scaled
naar homepage
wannsee scaled
naar thema overzicht